Bruijn: 'Voor eind februari besluit over afstandsnorm geitenhouderij'

Bruijn stelde dit in een debat met de Tweede Kamer, dat grotendeels ging over het aangekondigde besluit van de regering om bij nieuwbouw van woningen, scholen en andere gevoelige bestemmingen een minimale afstand tot geitenhouderijen aan te houden. Dit naar aanleiding van het advies van de Gezondheidsraad over de gezondheidsrisico's rond veehouderijen, dat op 8 december werd gepresenteerd. Daarin concludeerde de Raad dat mensen die binnen een straal van 500 meter van een geitenhouderij wonen 73 procent meer kans op longaandoeningen hebben. Binnen een straal van 1000 meter is dit nog altijd 19 procent.
Maar die conclusie was onduidelijk, vertelde Bruijn in de Tweede Kamer. Nu is bekend wat het risico op longaandoeningen is binnen een straal van 500 meter, of van 1000 meter, maar niet precies hoet groot het risico is in een gebied van 500 tot 1000 meter van een geitenhouderij. Hoewel het gebied met een straal van 1000 meter het gebied met een straal van 500 meter omvat, kun je niet eenvoudigweg het ene van het andere aftrekken, volgens de minister. Hij heeft de onderzoekers daarom gevraagd om het risico van longaandoeningen in dat gebied tussen de 500 en 1000 meter te bepalen. Als dat risico niet of nauwelijks boven het algemene risico op longaandoeningen in Nederland ligt, zou de afstand van nieuwbouw tot geitenhouderijen tot 500 meter beperkt kunnen worden, was de suggestie.
Pieter Grinwis (ChristenUnie) vroeg waarom de minister dan niet in ieder geval meteen een afstandsnorm van 500 meter ging hanteren, die dan na dat onderzoek uit te breiden is, maar Bruijn had daar geen zin in. „Dan kom je in januari met één afstandsnorm, en in februari misschien met een andere. Dat is zwalkend beleid, en dat gaan we niet doen." Het kabinet wil in één keer met een goede norm komen, zei hij. „We doen het snel, maar niet overhaast."
Maatwerk voor bestaande situaties
Bij situaties waarbij een geitenhouderij nu al dichtbij woningen of kwetsbare gebouwen ligt, wordt per geval bekeken welke maatregelen genomen moeten worden, zei Bruijn. „We gaan daarbij uit van maatwerk en proportionaliteit." Daarbij kijkt hij onder andere naar maatregelen die geitenhouders zelf kunnen nemen om de uitstoot van fijnstof en bacteriën te verminderen. „De sector is zelf al bezig om de effecten daarvan in kaart te brengen", vertelde hij.
Tijdelijke maatregel
Op termijn zouden die bronmaatregelen ook bij nieuwe bouwplannen moeten gelden. „Voor nu is de afstandsnorm de merst gerichte maatregel. Maar die is maar tijdelijk, totdat specifieke maatregelen kunnen worden gevonden die acceptabel zijn voor de Kamer en voor de samenleving. Bronmaatregelen hebben dan de voorkeur."
Desondanks wil Bruijn de afstandsmaatregel wel in wetgeving vastleggen. Maar het probleem daarbij, zei hij, is dat het anderhalf jaar kan duren voordat een dergelijke wetswijziging door beide Kamers is goedgekeurd. Dat komt dan nadat de regering een beslissing over een afstandsnorm heeft genomen.
Moratorium
Kamerleden maakten zich bezorgd dat de sector nog kan uitbreiden totdat die wet er is. De meeste provincies hanteren weliswaar een moratorium op nieuwbouw of uitbreiding van geitenhouderijen, maar Zeeland, Friesland en Groningen doen dat niet. De regering heeft de provincies daarom opgeroepen, zei Bruijn, om de bestaande moratoriums voorlopig te handhaven en zo vast te houden aan een beperking van de groei van de geitensector. En aan provincies die nog geen moratorium hebben, om er een in te voeren.
Zijn collega van LVVN Femke Wiersma voegde daaraan toe dat de regering drie jaar geleden, in februari 2023, al eens zo'n oproep heeft gedaan. „Bij deze herhalen we die." Maar zo'n moratorium zal weinig toevoegen, dacht ze, omdat vergunningverlening toch al stilligt vanwege de stikstofproblematiek. „We hebben waarschijnlijk eerder een oplossing voor de geitenhouderij dan dat de vergunningverlening loskomt.



