Provincie past GBV-subsidie tussentijds aan
Stoppende Brabantse veehouders mogen 15 procent stikstofruimte gebruiken voor nieuwe activiteit

Dat kan door een tussentijdse aanpassing van de bestaande subsidieregeling Gebiedsgerichte Beëindiging Veehouderijlocaties (GBV) door de provincie. ‘Dit maakt deelname aantrekkelijker, omdat stikstof daarmee geen beperkende factor hoeft te zijn bij het opstarten van een nieuwe economische functie’, meldt Brabant in een toelichting.
Juridische basis
Bij de behandeling van de vergunningaanvragen past de provincie naar eigen zeggen een aangepaste handreiking van provincies, het Rijk, gemeenten en omgevingsdiensten toe. ‘Deze geldt ook voor de Lbv- en Lbv-plus-regelingen. De handreiking biedt de juridische onderbouwing om bij volledige beëindiging een beperkt restant van de stikstofruimte - maximaal 15 procent - te benutten voor nieuwe activiteiten, terwijl het overige deel volledig wordt ingezet voor natuurherstel.’
Uitspraak Raad van State
Met deze werkwijze verwacht de provincie een zorgvuldige oplossing te bieden voor deelnemers aan de GBV-regeling, naar aanleiding van de uitspraak van de Raad van State van 18 december 2024 over intern salderen.
Gericht op natuurherstel
‘De GBV-regeling is bedoeld voor veehouders die geheel of gedeeltelijk willen stoppen en ligt in lijn met de landelijke Maatregel Gebiedsgerichte Beëindiging van het Rijk’, licht Brabant toe. ‘De regeling richt zich op locaties binnen 1.000 meter van stikstofgevoelige en overbelaste Natura 2000-gebieden, waar beëindiging van veehouderijactiviteiten een grote bijdrage levert aan het verminderen van de stikstofdepositie.’

Tekst: Erik Kruisselbrink
Is als freelance vakbladredacteur van vele markten thuis.
Beeld: Susan Rexwinkel Agrio archief
