Column: Good Cop, Bad Cop

De agro- en foodsector is een good cop en bad cop tegelijk. De consument en de politiek zijn ‘uitdagers’ die we tot verantwoorde voedselkeuzes en wetgeving proberen te verleiden.
Wat werkt het beste? Uitgaan van optimisme en positiviteit: de kracht om als good cop miljoenen consumenten te voeden met voldoende, veilig en gezond eten (voedselzekerheid, ratio)?
Negativiteit
Of moeten we gebruikmaken van negativiteit (emotie): de angst voor sterk stijgende voedselprijzen, misoogsten en voedselschaarste? Slecht nieuws trekt meer aandacht (en fondsen), aangezien burgers zich willen beschermen tegen dreigend onheil.
Het gros van de land- en tuinbouwcommunicatie, gericht op burgers en beleidsmakers, is geënt op good cop-positiviteit. Nobel en verantwoord, absoluut, maar voor werkelijke impact en draagvlak moeten voedselmakers er niet voor terugdeinzen tegelijkertijd ook een bad cop te zijn.
Activistische, ‘goededoelen’organisaties passen de bad cop-techniek al tientallen jaren succesvol toe, resulterend in volle oorlogskassen en permanente zichtbaarheid in de publieke media. Hiermee sturen ze de beeldvorming, en daarmee de wet- en regelgeving, uitermate effectief.
Nederland staat voor tal van uitdagingen in de land- en tuinbouw en visserij. Stikstof, natuurbeheer, biodiversiteit, jacht, gewasbescherming, mest, dierenwelzijn in de kalver-, varkens-, pluimvee- en melkveehouderij. Hoe houden we Nederland weerbaar; hoe borgen we onze voedselzekerheid en -veiligheid?
Een combinatie van good cop- en bad cop-uitingen maakt de grond vruchtbaar.
Wim Groot Koerkamp
Burgers ontberen kennis op voornoemde dilemma’s en zijn bang of worden bang gemaakt. Voedselmakers moeten het initiatief weer naar zich toetrekken. Geef uitleg waarom en hoe je handelt; gedreven door passie en innovatie. Haal de emotie uit het debat, zodat lobbyisten van agrarische belangenorganisaties weer op inhoud kunnen praten.
Lobbyisten praten binnen de Haagse stolp met ambtenaren. Dit werkt voor technische details. Maar voor beeldbepalende dilemma’s kijkt de politicus naar buiten, naar peilingen, de kiezer, de media. Indringende boodschappen via de publieke media veranderen de onderstroom. Door kennis te delen en nuance, menselijkheid en innovaties te tonen, verschuift het sentiment van ‘boeren zijn vervuilers’ naar ‘boeren zijn onmisbare voedselmakers’.
Agro- en foodlobbyisten proberen te oogsten op grond die niet vruchtbaar is door een negatieve publieke opinie. Een combinatie van good cop- en bad cop-uitingen maakt de grond vruchtbaar door te fungeren als pre-lobby. Good cop- en bad cop-uitingen in publieke media warmen het maatschappelijk klimaat op. Zonder dit voorwerk staat een lobbyist voor een dichte deur.
Zichtbaarheid
Belangenorganisaties praten met 150 Kamerleden. Dominante zichtbaarheid in generieke media bereikt 18 miljoen Nederlanders die deze Kamerleden kiezen. Wie heeft er meer invloed op de lange termijn? Het is zinloos om miljoenen te investeren in de achterkamer (lobby) als de voordeur (publieke opinie) op slot zit. Zichtbaarheid in het publieke domein is dé sleutel van de voordeur. Investeer 10 procent van het public affairs-budget in zichtbaarheid in de mainstreammedia om de andere 90 procent effectief te maken.
Wanneer komt de agro- en foodsector tot dit inzicht en wisselt het zijn vriendelijke gezicht af met een angstaanjagende grimas?




