
Landbouw in 2050
Wat betekent de landbouw van morgen voor jouw bedrijf? En welke keuzes kun je nú al maken?

We geven samen de toekomst van de landbouw vorm
Wie met gedeputeerde Arno Vael, zelf ook boer, over landbouw in 2050 spreekt, hoort geen pleidooi voor één vaste route naar de toekomst. Zijn verhaal is eerder een denkrichting dan een blauwdruk: geef boeren perspectief, werk vanuit de kracht van bodem en gebied en durf verschillende vormen van landbouw naast elkaar te laten bestaan.
Voor Arno Vael begint dat verhaal bij erkenning en duidelijkheid: ‘Wij zijn in de wereld toonaangevend, gezien de kennis die wij hebben op landbouwgebied. Maar ook hoe wij in staat zijn om op zo’n klein oppervlakte zoveel voedsel te produceren op een hele efficiënte en duurzame manier. Dat mag best meer uitgedragen worden; waar de sector mee bezig is, wat al gedaan is en ook hoe de sector kan bijdragen aan uitdagingen, zoals de steeds extremere weersomstandigheden. Er is in mijn beleving geen andere sector die zoveel veerkracht heeft om daar snel op te reageren. De landbouw wordt al een hele tijd gevraagd toekomstbestendige keuzes te maken. Dat begint bij duidelijkheid over de kaders. Wat willen we, waar moeten we naar toe? Dit zorgt dan hopelijk ook weer voor perspectief in de bedrijfsopvolging. Met alle discussie nu vragen jonge boeren zich af of er nog wel bestaansrecht is. De agrarische sector is bereid om investeringen te doen, maar dat vergt wel duidelijkheid voor de langere termijn. In combinatie met de regelingen vanuit het GLB kunnen we dan echt meters maken.
Samenwerking als middel
Er zijn grote verschillen in de gebieden, die beginnen bij de bodemsoort. Op armere zandgronden is meer veehouderij ontstaan. De mest zorgde daar voor een vruchtbaardere bodem en uiteindelijk ook een overschot aan stikstof. Als gebieden meer samen werken is een gesloten kringloop mogelijk. Kijk naar Zeeland, daar zie je veel akkerbouw. Zeeland heeft fantastische grond: vruchtbaar rijk aan mineralen. Om die vruchtbaarheid te behouden hebben we ook dierlijke mest nodig, daaraan is een tekort in Zeeland. Dus halen de boeren die mest uit Brabant of zelfs België. Door regionaal te kijken en dat goed via wet- en regelgeving in te regelen stimuleer je de samenwerking die kan zorgen voor een duurzamer systeem. Provincies zijn daar ook al wel mee bezig; in het gesprek komen we er vaak achter dat we elkaar goed zouden kunnen helpen.
Zeeland in 2050
Als het gaat om Zeeland in 2050 ligt er een visiestuk (Zeeland 2050). Van daaruit zijn we met verschillende zaken bezig, zoals het versterken van de leefbaarheid. Dit willen we doen door meer activiteiten naar onze provincie te halen. Denk aan (kennis)activiteiten rondom (kern)energie. Ook voedselvoorziening staat hoog op onze agenda, vanuit het toenemende belang van voedselzekerheid. We willen in Zeeland werken aan bruisende steden en dorpen. Daar tegenover staat dat we met klimaatverandering en een stijgende zeespiegel te maken hebben, en moeten kijken hoe we dit gaan aanpakken. Alles vraagt ruimte. Dus het wordt des te belangrijker om de beschikbare ruimte goed in te vullen. Ook als het gaat om een stevige positie van de landbouw; waar past wat als je kijkt naar de bodem?
We hebben onlangs een plan voor het landelijk gebied gepresenteerd. We kijken samen met alle ondernemers, dus niet alleen agrariërs, naar wat men al heeft gedaan aan vermindering van stikstofemissie. Waar staan we nu en hoe kunnen we samen een plan maken om dit verder te verbeteren? Dat kunnen spannende discussies zijn, maar het bodemruilverkavelingsbureau helpt enorm.
Ik ga voor een volhoudbaar landbouwsysteem, binnen een duurzaam kader met als doel minimale emissies. In de grote polders kan dat hightech precisie-landbouw zijn, als bijvoorbeeld de Wilhelminahoeve, terwijl in andere gebieden landbouw kleinschaliger met recreatie en/of natuurbeheer gecombineerd wordt. Hier in Zeeland vind je alle typen landbouw; biologisch, regeneratief en gangbaar. Ik vind het belangrijk dat binnen de kaders die we stellen, al die typen landbouw en de ondernemers ondersteund worden. Zo kunnen we vanuit Zeeland met zijn vruchtbare grond bijdragen aan voedselzekerheid in onrustige tijden.
Als het gaat om de jonge boeren hebben wij een heel goede relatie met jongerenorganisatie van LTO, de ZAJK. Ons beleid spreekt juist ook de jongeren aan. Zo werken we eraan de landbouw verantwoord aan een volgende generatie door te geven. Want daar wil je met elkaar naar toe!
In eerste instantie richten we ons op boeren binnen Zeeland. Maar natuurlijk zijn er ook mogelijkheden voor agrariërs buiten Zeeland. In het verleden is dat veel gebeurd. Veel agrariërs in Zeeuws-Vlaanderen komen oorspronkelijk uit Brabant. Zelf ben ik opgegroeid op een boerderij in Oost-Flevoland. Prima locatie, maar ik vond het een mooie uitdaging om hier in Zeeland een oud boerenbedrijf weer helemaal op te bouwen.
Innovatie en vindingrijkheid als sleutel
Een van belangrijke onderwerpen in Zeeland is het zoetwaterbeheer. Hoe krijgen we op een effectieve manier voldoende zoetwater en kunnen wij zoetwater beter vasthouden? Innovatie, waar Nederland al decennia om bekend staat, speelt hierin een cruciale rol. Maar denk ook aan vernieuwde teelt en andere methodes voor gewasbescherming. Of neem het voorbeeld van de teelt van peulvruchten. Deze binden veel stikstof. Wat als we deze teelt langs waterlopen doen, verbetert dan de waterkwaliteit? We hebben ‘schoon water Zeeland’ opgestart, samen met de waterschappen en bedrijven. Een coach komt op locatie om te meten en er kan meteen al gezamenlijk actie worden ondernomen.
Op Proefboerderij Rusthoeve komt innovatie rond deze thema’s samen en ontwikkelt men verder. Ik verbaas me regelmatig over hoe vindingrijk ze het aanpakken en hoever men daar al mee is. Overigens moeten we niet alleen de focus hebben op productie, maar ook oog voor afzetmogelijkheden. We kunnen mooie dingen bedenken, maar producten moeten ook afgenomen worden. Vanuit de politiek zouden we het afnemen van lokale producten meer kunnen promoten.
Over de komende Werkplaats
Ik hoop dat de Werkplaats in mei maakt dat de boeren oprechte waardering voelen voor hun bijdrage aan de voedselproductie , het landschap en de natuur. Als het aan mij ligt gaan ze met een trots gevoel naar huis en hebben ze ervaren dat ze worden gezien als deel van de oplossing. Er zit veel energie bij jonge boeren. Ik hoop dat ze ideeën meenemen én brengen! Vaak zie je van uit jongere generaties mooie dingen ontstaan. Ook bij ons thuis herhaalt de geschiedenis zich. Mijn vader zag vroeger altijd beren op de weg. Die begin ik ook te zien. Maar mijn zoon zegt dan meteen: ‘Maar pa, dat kunnen we toch ook zó doen?’ De jongere generatie denkt veel meer in oplossingen. Daar moeten we veel meer naar luisteren en gebruik van maken.’
Aanmelden kan nog steeds
Kom ook naar de Werkplaats op 20 en 21 mei in Middelburg. Laat je 20 mei bijpraten, inspireren en deel je mening over de Landbouw in 2050 op een van de Werkbanken. En laat je 21 mei inspireren door bezoeken op locaties! Meld je aan via deze link of via onderstaande button.
Tekst: Regieorganisatie GLB
Beeld: Regieorganisatie GLB