Droogte dwingt tot scherp bemestingsbeleid bij tweede en derde snede

Na een sterke eerste snede verschuift de aandacht naar een efficiënte inzet van de resterende mest en kunstmest, waarbij droogte en beperkte stikstofruimte de speelruimte bepalen.
Volgens de CBGV resteert na de eerste snede op veel bedrijven nog maar een beperkte hoeveelheid drijfmest. Zeker op bedrijven met weidegang en een mestoverschot is de beschikbare mest voor latere sneden gering. Dat vraagt om gerichte inzet, waarbij het advies is om de resterende drijfmest zoveel mogelijk in de eerste helft van het groeiseizoen te benutten. Toediening bij de tweede of derde snede heeft daarbij de voorkeur, om te voorkomen dat bemesting na 1 juli noodzakelijk wordt. Eventuele reststromen kunnen beter worden doorgeschoven naar het volgende voorjaar.
Een zorgvuldige toediening blijft essentieel. Een slecht werkresultaat leidt niet alleen tot lagere stikstofwerking, maar remt ook de grasgroei door vervuiling van het gewas. Onder droge omstandigheden, zoals begin mei op veel plaatsen het geval is, staat die werking extra onder druk. Verdunnen van mest met water of het uitstellen van bemesting tot er neerslag wordt verwacht, kan dan het verschil maken.
Droogte remt werking van stikstof
ForFarmers wijst erop dat de aanhoudende droogte directe gevolgen heeft voor de effectiviteit van bemesting. Zonder voldoende bodemvocht verloopt de mineralisatie van organisch gebonden stikstof trager en blijft stikstof langer in ammoniumvorm aan de oppervlakte. Dit vergroot de kans op vervluchtiging en verlaagt de benutting door het gewas.
Daarom is timing dit voorjaar cruciaal. Bemesten vlak vóór een verwachte bui vergroot de kans dat nutriënten daadwerkelijk in de bodem worden opgenomen. Blijft neerslag uit, dan is het raadzaam om met kleinere giften te werken of bemesting uit te stellen. In die situatie kan een beperkte aanvulling met kunstmest helpen om de grasgroei toch op gang te houden.
Stikstofruimte beperkt, nauwkeurigheid vereist
De stikstofgebruiksnormen zijn in NV-gebieden met 20 procent verlaagd, zoals de CBGV aangeeft, wat de speelruimte verder beperkt. Na de eerste snede resteert, afhankelijk van grondsoort en bedrijfsvoering, nog een beperkte hoeveelheid stikstofruimte uit kunstmest. In de praktijk betekent dit dat de giften per snede laag blijven en nauwkeurig moeten worden afgestemd.
ForFarmers adviseert daarbij om eerst de stikstofbalans van de eerste snede op te maken. Door de gerealiseerde opbrengst – een ton droge stof onttrekt 25 tot 28 kilogram stikstof - en het stikstofgehalte van het gras te vergelijken met de toegediende gift, wordt duidelijk of er sprake is van een overschot. Dat overschot kan worden verrekend met de bemesting van volgende sneden, om verliezen te beperken en de benutting over het seizoen te optimaliseren.
Continuïteit in bemesting houdt groei op peil
Ondanks de lage giften blijft het advies om elke snede te bemesten. Een regelmatige, zij het beperkte, stikstoftoevoer ondersteunt de hergroei en verkleint de kans op kwaliteitsproblemen zoals roest. Dit vraagt in de praktijk om een nauwkeurig afgestelde strooitechniek en het gebruik van meststoffen met een passend stikstofgehalte.
Daarnaast verdient zwavelbemesting aandacht, met name op zandgrond. Wanneer bij de eerste snede onvoldoende zwavel is toegediend, kan aanvulling bij de tweede snede de stikstofbenutting en eiwitvorming verbeteren, aldus ForFarmers.
De voerfabrikant benadrukt dat beregening, waar mogelijk, een belangrijke rol kan spelen in het op peil houden van de grasgroei. Zonder vocht stagneert niet alleen de groei, maar ook de opname van stikstof en de mineralisatie in de bodem. Tijdig beregenen helpt om het gewas actief te houden en verhoogt daarmee het rendement van zowel drijfmest als kunstmest.
Gras-klaver als alternatief voor stikstofaanvoer
De CBGV wijst erop dat gras-klaver op een deel van het areaal kan bijdragen aan de eiwitproductie van eigen land. Door op deze percelen na de eerste snede geen kunstmest meer toe te dienen, ontstaat ruimte om elders gerichter te bemesten.
De bemesting van de tweede en derde snede vraagt dit seizoen daarmee om maatwerk. Beperkte mestvoorraden, aangescherpte normen en droge omstandigheden dwingen melkveehouders tot een nauwkeurige afweging van timing, gift en techniek om de stikstofbenutting zo hoog mogelijk te houden.
Lees hier het advies van de CBGV en hier het advies van ForFamers.

Tekst: Stefan Buning
Geboren en getogen op een melkveebedrijf in de Achterhoek. Sinds 1998 werkzaam als redacteur bij Agrio. Als chef Melkvee is hij samen met zijn team verantwoordelijk voor het kritisch volgen van alles wat er in en om de melkveehouderij in Nederland gebeurt.
Beeld: Ellen Meinen
Bronnen: Commissie Bemesting Grasland, ForFarmers, Voedergewassen



