LLTB: ‘Anders telen helpt water vasthouden en verbetert waterkwaliteit in Zuid-Limburg’

Wageningen University & Research heeft op de Proefboerderij Wijnandsrade diverse proeven uitgevoerd met als doel meer kennis over de effecten te vergaren en deze kennis te verspreiden onder boeren in het gebied. Zo meldt LLTB over het vasthouden van water en verbetering van de waterkwaliteit.
Nuttige resultaten
Er zijn diverse praktijkdemonstraties uitgevoerd bij boeren in Zuid-Limburg waarbij ook veldbijeenkomsten zijn georganiseerd. ‘De proeven hebben diverse resultaten opgeleverd die nuttig zijn voor agrariërs in de afwegingen om meer water te kunnen vasthouden en uitspoeling van waardevolle meststoffen te voorkomen op landbouwpercelen’, constateert LLTB. ‘Zo zijn er metingen uitgevoerd naar het effect van graanstroken in de uienteelt, verhogen van organische stof op lössgrond en zijn er diverse manieren van graslandverkleining zonder glyfosaat vergeleken.’
Bodemverbetering
Er is onderzoek gedaan hoe het toevoegen van organische stof (OS) de infiltratie van water in specifiek lössbodems in Zuid-Limburg kan verbeteren en wat het effect is op enerzijds waterkwantiteit en anderzijds waterkwaliteit. LLTB daarover: ‘Hieruit is naar voren gekomen dat organische stof met name de structuur (opbouw/variatie) van de bodem verbetert waardoor water beter kan infiltreren en kan worden vastgehouden. Verder blijkt dat vooral in jaren met weersextremen, hele natte of hele droge jaren, de extra organische stof ook voordelen voor de opbrengst kan geven.’
Meer uitspoeling
Aandachtspunt bleek dat een te grote aanvoer van organische stof via bijvoorbeeld compost kan leiden tot meer uitspoeling van nutriënten. ‘De gemeten waarden bleven bij alle objecten wel onder de landelijke norm. Verder bleek dat om het OS-gehalte 1 procent (van pakweg 2,5 naar 3,5 procent) in de toplaag van 15 cm te laten stijgen een langdurige aanvoer noodzakelijk is van ongeveer tien jaar. Een positief effect van organische-stofaanvoer was dat de bodembiologie een stuk hoger scoorde.’
Graanstroken in uienteelt
Een andere proef waarin metingen zijn verricht, betreft graanstroken in de zaaisporen van de uienbedden. ‘Deze maatregel die telers uit de regio zelf aangedragen hebben, zorgt voor een extra bedekking van de bodem van ongeveer 15 procent waarbij dit met name op het meest risicovolle moment van de teelt zorgt voor een extra verruwing van het perceel, waardoor de kans op waterafstroming wordt verkleind. Uit de metingen bleek dat na een zware (kunstmatige) bui het overgrote deel infiltreerde en dat er ongeveer 30 procent reductie gehaald kan worden.’ Afgelopen jaar bleek wel dat er een licht negatief effect was op de opbrengst. Dit jaar wordt de proef herhaald en ook bekeken hoe de concurrentie door het graan beperkt kan worden.
Verkleining gras- en groenbemester
De laatste proef die aangelegd is, was gericht op verkleining van grasland- of grasgroenbemesters zonder gebruik van glyfosaat waarbij diverse mechanische strategieën vergeleken zijn. ‘Door het zeer droge voorjaar werd door alle aanpakken een goed resultaat bereikt en nauwelijks hergroei van het gras geconstateerd’, aldus LLTB. Ook deze proef wordt dit jaar herhaald.
Voortzetting Propositie Heuvelland
Ook komend jaar worden er weer diverse proeven aangelegd. Zo wordt onder andere gekeken naar:
• Praktische inpassing van alternatieven voor graanstroken in de uienteelt;
• De verrijking van drijfmest tot gefermenteerde mest;
• Verkleiningsmogelijkheden van grasland in een rotatiesysteem tussen akkerbouw en veehouderij;
• De inzet van satellietdata en bodemscans als aanvulling op het vaststellen van risicoplekken in het perceel;
• Verkenning van het gebruik van biostimulanten voor het verminderen van het risico op nitraatuitspoeling in de aardappelteelt.
Het laatste onderzoeksthema, gericht op biostimulanten is nieuw binnen Propositie Heuvelland. Klik hier voor meer informatie over Propositie Heuvelland.

Tekst: Erik Kruisselbrink
Is als freelance vakbladredacteur van vele markten thuis.
Beeld: Waterschap Limburg
