Nieuwe aanpak stikstofcrisis? Rapport toegelicht in Tweede Kamer

Het rapport, dat eerder dit jaar verscheen, schetst een nieuwe weg om de juridische stikstofknoop te ontwarren. In plaats van via modellen als Aerius te proberen te berekenen hoeveel stikstof een bedrijf uitstoot op natuurgebieden, en vergunningen per bedrijf te bekijken, stellen zij voor om per Natura 2000-gebied te kijken hoeveel stikstofruimte er is, rekening houdend met de staat van de natuur en wat er nodig is voor natuurherstel. Die ruimte wordt vertaald naar een emissieplafond voor bedrijven rondom dat gebied. Zij mogen dat plafond niet overschrijden, maar krijgen, via een systeem van doelsturing, wel de ruimte om zelf te kijken hoe ze daar aan voldoen. Het geeft bedrijven armslag om met technische innovaties hun uitstoot omlaag te brengen. „Zolang een plan of project binnen de eigen emissieruimte blijft, is een toets op additionaliteit van die emissie overbodig“, schrijven de auteurs. Die additionaliteit belemmert nu een stikstofaanpak; als een project, zoals de bouw van een nieuwe stal, zorgt voor extra stikstofuitstoot op een natuurgebied, kan daar op dit moment geen vergunning voor verleend worden. Zelfs al zou die nieuwe stal leiden tot een lagere stikstofuitstoot dan het geval is bij de oude stal.
Naast de lokale vermindering van de stikstofuitstoot zal ook een generieke vermindering van de stikstofuitstoot nodig zijn, die voor heel Nederland geldt. De auteurs schatten in dat er nationaal een verlaging van 25 tot 30 procent van de uitstoot nodig is.
Het rapport wijst erop dat er voor natuurherstel meer nodig is dan stikstofreductie alleen, omdat de staat van de natuur bepaald wordt door meer dan enkel de stikstofdepositie. De overheid zal ook moeten werken aan herstel van de natuur in de Natura 2000-gebieden.
‘Rapport mist toekomstvisie’
Naast Gerard Ros hebben de Kamerleden ook Jan Willem Erisman, hoogleraar milieu en duurzaamheid aan de Universiteit Leiden, uitgenodigd, en hem gevraagd om een kritische blik te werpen op het rapport. Hij stelt in een position paper dat de auteurs vooral kijken naar het juridische kader van artikel 6 van de Habitatrichtlijn, en te weinig oog hebben voor de afweging die gemaakt moet worden tussen natuur- en economische belangen. Hij mist een visie op de toekomst van de landbouw, en hoe die past binnen de kaders die gesteld worden door allerlei natuurwetgeving. „Het rapport gaat uit van het huidige landbouwsysteem, en veronderstelt dat dit binnen de milieugebruiksruimte kan blijven functioneren“, schrijft Erisman. Maar hij gelooft niet dat die veronderstelling klopt. Nederland zal een keuze moeten maken wat voor landbouw ze wil, stelt hij, want anders zal de markt die keuze maken. En dat leidt volgens hem tot hoge grondprijzen, verdere schaalvergroting, en leegloop van het platteland.
‘Ingrijpende emissiereductie niet nodig’
Boeren zijn niet uitgenodigd om hun mening over het rapport te geven. Het heeft een vijftal boerenorganisaties (Agractie, de DDB, de NMV, de NVP en de VVK) niet weerhouden om gezamenlijk een position paper in te dienen. Daarin stellen zij te vrezen dat er een nieuw ‘Kaartje-Van der Wal’ terugkomt, en dat veehouders in de buurt van Natura 2000-gebieden aan zeer strenge reductie-eisen moeten voldoen. En dat terwijl het volgens hen in werkelijkheid helemaal niet slecht gaat met de natuur in Nederland.
De vijf belangenbehartigers verwijzen in hun stuk ook naar de documentaire 'Natuur houdt zich niet aan natuurbeleid' van Robert Ellenkamp (hoofdredacteur van deze website) die maandaagavond in première is gegaan. In de video vertellen diverse (oud)-terreinbeheerders positieve verhalen over de staat van de natuur en biodiverisiteit in enkele gebieden. „Opvallend was dat geen van deze terreinbeheerders sprak over stikstof. De schrijvers van dit Position Paper vinden het daarom op zijn minst voorbarig om op deze basis een ingrijpend emissiereductiebeleid te formuleren dat gigantische consequenties heeft voor (een deel van) de veehouderij in Nederland."



